Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Home Over Ons Service Photo Movie Digital Marklin Contact 

Digital

Digital Downloads:> Märklin - Informatie CS II (Duits)> Märklin - Handleiding CS II (Nederlands)> Märklin - Software updates> Märklin - Decoder updates> Märklin - Aansluitschema Digital> RMW - De Modelbaanwereld in Digitaal> RMW - CS II "Functies programmeren"> RMW - CS II "Automatische pendeltrein"> Overig - Loc Icons voor het CS II

DIGITAL

DIGITAL RMW-INFO

Märklin Digital bij Rensen Modelbaan WereldInformatie & TipsIn 1963, toen de eerste modeltrein, z’n intrede deed in ons huis, was er alleen maar analoge techniek. Een simpele trafo van 10 VA (die ik nog steeds heb, maar niet meer gebruik) en een kleine tenderloc met twee wagons en een paar stukken rails dat was het eerste begin. De eerste locomotief kan nog steeds rijden, maar deze is altijd in de oorspronkelijke uitvoering gehouden, dus niet omgebouwd op digitaal en dat geldt ook voor diverse andere locs, waaronder een blauwe 1100, geheel van metaal en de eerste E-03 van de DB en een paar andere locomotieven. Deze staan nu in de vitrine. De kleine baan is uitgebouwd in de loop van meer dan 45 jaren. Tussendoor zijn er zelfs vele locs verkocht, omdat ik de modelbaan wilde moderniseren. Eerst is er een grote analoge modelbaan opgebouwd die een complete bovenetage van een woning besloeg. De baan was ongeveer 6 x 4 meter groot met in het midden een ruimte om te kunnen staan en aan de buitenzijde nog twee uitbouwen waarvan op de ene een locloods met toegangssporen was geplaatst en op de andere een rangeeremplacement. Voordat een trein helemaal rond was geweest waren ongeveer 15 minuten verstreken. Er waren vele trafo’s in gebruik om het geheel van stroom te voorzien en bij stijgingen werd een iets hogere spanning toegevoerd en bij dalingen een iets lagere spanning via aparte trafo’s. Er waren twee grote steden in opbouw en daarnaast zou er nog een bergdorpje worden gerealiseerd. Deze baan is nooit afgekomen, want ik ging weer verhuizen.Bij een volgende baan werd eerst weer gekozen voor een analoge opbouw, maar na een paar jaar besloot ik toch om digitaal te gaan met de Control unit en de bijbehorende boosters. Nu ontstonden er veel meer mogelijkheden dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Er konden vijf functies per locomotief bediend worden en dat was heel bijzonder en er konden maximaal 80 locomotieven onafhankelijk van elkaar bediend worden. Hier heb ik vele jaren van genoten, maar de Märklin techniek ging verder. Het Central Station 1 deed uiteindelijk zijn intrede. Ik besloot om weer veel apparatuur te verkopen en om te gaan investeren in het nieuwste systeem. Al gauw volgde een nog moderner apparaat waarmee Märklin zelfs een prijs heeft gewonnen voor de vormgeving. (Red Dot design award). Het is het mooiste besturingsapparaat dat ooit ontwikkeld is voor treinen en het bevat een kleurenscherm. Dit was het Central Station 60213 of ook wel CS 2 genoemd. Hiermee kunnen 16 functies per locomotief worden bediend, terwijl men de locs uitkiest uit een lijst die bestaat uit een beschrijving (naam) en een kleurenplaatje van de loc. (Die plaatjes kan men zelf maken). Er kunnen vele wissels mee bediend worden en seinen en men kan schematisch z’n eigen baan nabootsen in een lay-out. De huidige modelbaan bevat 5 lagen en er zijn tientallen wissels en seinen. In totaal staan er 30 of zelfs maximaal 31 treinen op de rails, waarvan er gemiddeld zo’n 10 gelijktijdig onderweg zijn. Dat betekent dat er erg veel wissels en seinen in een kort tijdsbestek geschakeld moeten worden. Het leuke van de lay-out op het Central Station 60213 / 60214 is dat men de seinen en de wissels ziet schakelen. Het is zelfs mogelijk om de kleurenlampjes in het seinbeeld te kunnen onderscheiden. Sinds kort (augustus 2009) is er een tweede Central Station aangeschaft van de nieuwste generatie. (Nummer 60214). Aan de buitenkant ziet men geen verschil met nummer 60213, maar van binnen is er wel sprake van andere software. Het is mogelijk om DCC-locomotieven aan te sturen of zelfs met daarvoor geschikte decoders wissels en seinen via het DCC-systeem te bedienen. De mogelijkheden lijken onbegrensd.Er komen steeds meer verbeteringen in de software van de beide Central Stations, want net als bij een computer is er altijd wat te verbeteren en komen er na verloop van tijd nieuwe functies bij.Wie kiest voor het Central Station moet wel anders gaan denken bij het aansluiten van de baan.Was het vroeger (analoog en het eerste digitale systeem) gebruikelijk en zelfs verplicht om alle massadraden (bruin) met elkaar door te verbinden, dat is nu afgelopen. De massa’s van alle stroomkringen die met het digitale systeem te maken hebben moeten absoluut gescheiden zijn. Niet alleen de draden, maar ook de rails die met verschillende stroombronnen in verbinding staan moeten gescheiden worden. (Middenleider en massa!!!).Als men alleen een Central Station heeft is het niet zo moeilijk. De trafo aansluiten op het Central Station en het Central Station op de rails en alles werkt.Bij grotere banen, zoals onze huidige baan, gebruikt men boosters en wel de nieuwe digitale mfx-boosters 60173. Deze melden zichzelf aan op het Central Station en indien men meer dan één booster heeft sluit men deze aan via terminals. Deze terminals staan dan weer in verbinding met het Central Station. Op deze terminals kan men overigens ook het simpele besturingsapparaat, het Mobile Station, aansluiten. Ook een tweede Central Station sluit men op de terminal aan, indien men meer apparatuur heeft.De boosters voorzien de verschillende stroomkringen van spanning en digitale informatie. Mfx-locomotieven melden zich vanzelf aan binnen zo’n stroomkring. Zoals gezegd moeten alle stroomkringen van de boosters en Central Stations absoluut volledig gescheiden blijven qua middenleider (rode draad) en qua massa (bruine draad). Men kan dit simpel oplossen met stroomscheidingen, zoals raillassen die geïsoleerd zijn.Indien men bijvoorbeeld een wissellantaarn heeft die vast verbonden is met de rails, zoals bij K-rails, dan kan men deze verlichting compleet op het digitale systeem aansluiten, maar dat is zonde van de dure digitale stroom. Immers wanneer men het maximum vermogen van de booster overschrijdt dan zal men weer een nieuwe booster moeten kopen. Het is gebruikelijk om zo zuinig mogelijk om te gaan met digitale stroom. Een complete trein met vele geluidfuncties en een rookgenerator en zes verlichte wagons met gloeilampen, gebruikt al gauw 30 watt. Door de gloeilampen te vervangen door led-verlichting bespaart men al veel, maar datzelfde kan ook met de eerder genoemde wissellantaarns. Men maakt de wissel open en ziet de gele draad die in verbinding staat met de spoel en de lamp. Deze gaat men scheiden. De gele draad van de spoel wordt verbonden met de betreffende decoder om digitaal te kunnen schakelen en men soldeert een nieuwe draad aan de lamp op de plaats waar eerst de gele draad verbonden was. Deze nieuwe draad kan men met een separate trafo verbinden die alleen voor lampjes wordt gebruikt in dezelfde stroomkring van de bijbehorende booster. De massa van deze lichttrafo mag dan wel worden verbonden met de massa van de booster, maar deze lichttrafo mag absoluut geen verbinding hebben met andere trafo’s of boosters.Met andere woorden: men kan per boosterstroomkring een separate trafo aanschaffen voor de lampjes van wissellantaarns of voor overwegen e.d. die ook massa maken over de boosterstroomkring. De massa van deze lichttrafo mag dan alleen verbonden zijn met de massa van deze boosterstroomkring. Bij C-rails heeft de wissellantaarn twee draden (geel en bruin) en die kan men al direct op een afzonderlijke trafo aansluiten. Hierbij hoeft men verder niet na te denken.Wel is het zeer belangrijk dat men de juiste trafo’s gebruikt om het Central Station, maar ook de boosters aan te sluiten. Dit mogen alleen de moderne trafo’s zijn van Märklin die grijs van kleur zijn (60VA). De oude blauwe trafo’s van vroeger mag men absoluut niet meer gebruiken, daar deze schade toebrengen aan uw apparatuur en aan de locs door een iets afwijkende spanning. De oude trafo’s mogen wel worden gebruikt voor lampjes en motoren voor molens, e.d.Indien men twee Central Stations heeft, kan men bijvoorbeeld met meerdere mensen tegelijk de treinen bedienen, maar men kan ook op het ene Central Station de lay-out van de baan zichtbaar maken en op het andere de controle houden over locomotieven. In de lay-out kan men op bepaalde symbolen klikken, die men zelf moet plaatsen in de lay-out (schema van de baan) en dan is het mogelijk om handmatig hele wisselstraten met bijbehorende seinen met een simpele aanraking op het beeldscherm te bedienen. Natuurlijk is het ook mogelijk met speciale decoders, genaamd S-decoders (de naam is eigenlijk onjuist) de baan compleet automatisch te besturen.Ondertussen is onze modelbaan zo ver dat alles met de hand bediend kan worden, maar ook kunnen de treinen zichzelf automatisch bedienen en het is mogelijk om op verschillende bedrijfstoestanden over te schakelen door via relais wel of niet doorverbindingen te maken naar bepaalde aansluitbussen van de S-decoders. Tussendoor kunnen zelfs pendeltreinen rijden.Het is bijna niet te bevatten wat er allemaal kan met het nieuwe Central Station 60213 en 60214. De treingeluiden en functies kunnen zo realistisch worden uitgevoerd dat er bijna geen verschil meer is met de werkelijkheid.Meer informatie vindt u ondermeer in "De Modelbaanwereld in Digitaal" (zie downloads).



Website gestart op: 25 mei 2009. Website wijzigingen op: 25 september 2009 en 29 september 2010.RMW is websitebeheerder voor Harlaar Modeltreinen.© RMW - Het is verboden onderdelen van deze website te kopiëren en/of gebruiken zonder schriftelijke toestemming van RMW.

bezoekers

Sinds 1963

Rensen Modelbaan Wereld